Abdijwinkel

Eigen uitgaven

CD’s

Hier vindt u cd’s met abdijmuziek uit een zorgvuldig samengesteld aanbod van religieuze muziek. Bijzonder is dat deze cd’s opgenomen werden in de abdij Maria Toevlucht. U hoort de broeders zingen tijdens de getijden. Inspirerende gezangen die de abdij bij u in de huiskamer brengt.

Nu de avond daalt

“Heer, laat mij niet alleen”. Zoals de eerste gebedsdienst van de dag, zo wordt ook de dagsluiting door de cantor begonnen met een smeekbede gericht tot God. De andere monniken sluiten aan: “mijn God blijf niet verre van mij”. Dan volgen elke dag opnieuw de psalmen 4, 91 en 134. Henk witte beschreef in een toespraak op 24 mei 2000 bij de feestelijke viering van het honderdjarig bestaan van de abdij, zijn beleving bij deze laatste viering van de dag:

“Na het slotgebed gaat het licht uit, behalve de spot op de Maria-afbeelding in de absis en het noodzakelijke lichtje op het orgel. De monniken en de gasten keren zich naar Maria en zingen het Salve Regina.
De woorden zijn gedaan, het zingen ook. Het lampje op het orgel kan uit, de spot op Maria blijft aan. Met een zegenwens van de abt wordt de grens bereikt van de stilte. Het luiden van de klok neemt de beweging over. Het is niet alleen de overgang van dag naar nacht, van activiteit naar rust, van communicatie naar zwijgen, het is ook de poging om vanuit de hoorbaarheid en zichtbaarheid van het leven contact te maken met het onzichtbare mysterie dat het leven omgeeft en dat in ons woont. Het is de beweging van de mens naar God”.

Als ik de liefde niet heb

Deze cd ‘Geloof, Hoop en Liefde’ bevat drie liturgische vieringen gezongen door de monniken van de abdij Maria Toevlucht.

Het zijn vieringen die we kunnen typeren als gebedsdiensten en waarin de gezangen met hun typisch monastieke ‘sound’ zijn ontleend aan de eigen liturgische praktijk van de abdijgemeenschap. Het model is niet hetzelfde als één van de klassieke onderdelen van het monastieke officie, maar is er wel nauw aan verwant.

De kern van de liturgische viering is als een dialoog van woord en antwoord. Klassiek zijn in dit verband de termen lectio, meditatio en oratio geworden. In deze drieslag wordt de liturgie beleefd als gesprek met God. De grondstructuur van alle liturgie is te formuleren als horen, overwegen en antwoorden.

De drie vieringen op deze cd ontlenen hun structuur aan dit uitgangspunt.

Veel gezangen uit onze liturgische praktijk hebben hun weg gevonden buiten de kloosters, met name in de liturgische praktijk van veel parochies. Wij bieden deze cd dan ook aan ter inspiratie van allen die actief betrokken zijn bij de voorbereiding van liturgische vieringen.

Nu weet mijn hart

De meest bezochte plek in onze kerken en kapellen is vaak een plek die gewijd is aan de Moeder Gods. Wat komen mensen daar zoeken? Wat beweegt zo velen, ook in onze abdijkerk, om zomaar in alle eenvoud een kaarsje aan te steken? Zij wordt aangeroepen als laatste hulp in uitzichtloze situaties, als bijstand in het stervensuur, als achterdeur voor hopeloze gevallen, als Maria Toevlucht.

‘Per Mariam ad Jesum’. Zo staat het gebeiteld in de gevel van onze abdijkerk, want door Maria vindt Gods zoon een weg om een donkere wereld in te gaan en die wereld met goddelijk licht en hemelse liefde te troosten en te overwinnen.

In de schrift wordt Maria getekend als een jonge vrouw, een maagd, een moeder. Die beelden komen terug in onze huiskamers en kerken. Ook op meerdere plaatsen in en rond onze abdijkerk:
Het beeld van Niel Steenbergen toont ons Maria, de eerste gelovige, die ons Christus voorhoudt, Maria als de contemplatieve bij uitnemendheid;
Achter in de kerk kunnen we thuiskomen bij de icoon van O.L.V. van Tederheid;
Een ontvankelijke Maria, afgebeeld in een glas-in-loodraam in het kapelletje vóór de abdij, verwelkomt bezoekers met open armen;
In de kapel van het Sterrebos achter de abdij troont Maria als de Zetel der Wijsheid;
Met Kerstmis vinden we haar terug als jonge moeder met het kind in de kribbe.
Een litanie van beelden: Spiegel van gerechtigheid, bid voor ons, Zetel van Wijsheid, bid voor ons, Oorzaak van onze blijdschap, Mystieke Roos, Ivoren Toren, Gouden Huis, Ark van het verbond, Deur van de hemel, Morgenster, …

In het begin van het evangelie zegt Maria onvoorwaardelijk ‘ja’ tegenover God. Zo is zij voor ons de weg van contemplatie. Aan het einde is Maria in gezelschap van de leerlingen toen de dag van Pinksteren aanbrak. Zij werd toen opnieuw vervuld van Heilige Geest. Wat dus aan het begin van het evangelie alleen aan Maria gebeurde, gebeurt ook aan ons wanneer wij in het voetspoor van haar Zoon als leerling Hem achternagaan.

De titel van deze cd, ‘Nu weet mijn hart’, is ontleend aan de aanhef van het danklied van Maria, het Magnificat dat de broeders elke dag aan het eind van de avonddienst zingen. Wij staan in het ‘nu’ en zingen Maria na in haar verwachting en vervulling, elke dag opnieuw. Wij mogen haar vreugde uitzingen en nodigen alle luisteraars van deze cd uit de lofzang van Maria tot hun eigen lofzang te maken.

Totdat hij komt

De kerk zingt vanouds in de dagen voor Kerstmis de zogenaamde o-antifonen.

In de gregoriaanse traditie vormen de beginletters van die zeven antifonen in omgekeerde volgorde de woorden ero cras: ‘morgen zal ik er zijn’. Sapientia, Adonai, Radix, Clavis, Oriens, Rex en Emmanuel.

Zeven achtereenvolgende dagen voor Kerstmis omkransen deze antifonen in de avonddiensten de lofzang van Maria. Verwachtingsvol zingen wij in wisselende beelden als een verwijzing naar wat komen gaat: O Wijsheid, O Adonai, O Tronk van Jesse, O Davids Sleutel, O Dageraad, O Koning, O Vorst Emmanuel. De o-antifonen vormen de rode draad van deze cd totdat Hij komt. Zeven korte liturgische momenten van zang en gebed gethematiseerd rond elk van de antifonen. De monniken van de abdij Maria Toevlucht bieden ze u aan als momenten van bezinning in de voorbereidingstijd van Kerstmis.

Uitzien, verwachting, toekomst, menswording; beelden die alles te maken hebben met de adventstijd.

Totdat hij komt.

‘…maar er zullen mensen zijn die bidden en gerechtigheid doen en wachten op Gods uur’

Dit citaat uit een dooppreek, die Dietrich Bonhoeffer in 1944 vanuit zijn gevangenschap aan de ouders van zijn peetzoon Dietrich schreef, maakt ons ervan bewust dat het heil dat komen gaat niet kan worden afgedwongen maar eerder dient te worden afgewacht. Maar geen passief wachten! Wachten op Gods uur vraagt om een actieve levenshouding.

Advent bereidt ons voor op de neerdaling van God in de sterfelijkheid – Emmanuel – God met ons.

‘Deel met elkander het brood van alledag, opdat in u de ander Gods heil aanschouwen mag’, zo zingen wij in één van onze liederen. Het gebed, de lofprijzing en het Schriftwoord roepen op tot een concreet engagement, het doen van gerechtigheid.

In zijn bundel “Een tijd van spreken” brengt de auteur F. Cromphout op treffende wijze tot uitdrukking hoe het gebed en het wachten op Gods uur elkaar doordringen: “Hij die bidt beweegt zich voorwaarts naar degene die komt en naar dat wat komt. Iemand die werkelijk wil bidden is iemand die tegemoet wil gaan. Misschien heeft hij de kracht daartoe niet in zichzelf, maar hij verzucht, hij is vertrekkens gereed, hij verlangt en vraagt … hij is, hoe dan ook, op een toekomst gericht … wie bidt tracht openingen te ontdekken in de muur van vervlakking. Vindt hij ze niet, dan zoekt hij verder, hij wacht de tijd af, hij probeert duidelijker waar te nemen, want hij is op de uitkijk … hij wil in de dag van vandaag ruimte maken voor de toekomst … zo gaat hij al ziende vooruit naar wat onzichtbaar is.”

Totdat hij komt!

Keer tot mij terug

Veertigdagentijd: tijd van voorbereiding op Pasen, tijd van bezinning op het Paasmysterie. Het idee van een voorbereidingstijd voor het Paasfeest gaat al terug tot de vierde eeuw.

Over de betekenis van de veertigdagentijd zegt de constitutie over de liturgie van het tweede Vaticaans Concilie: ‘De vastentijd wil de gelovigen, vooral door het herdenken van het doopsel of het voorbereiden erop en door boete, brengen tot een ijveriger luisteren naar Gods woord en toeleg op het gebed en hen zo voorbereiden op de viering van het Paasmysterie’ (Sacrosanctum Concilium nr.109).

In een van de teksten van de prefaties van de veertigdagentijd wordt die betekenis van de voorbereidingstijd naar Pasen nader geformuleerd: “Want gij gunt uw gelovigen de vreugde jaarlijks met een zuiver hart naar het Paasfeest toe te gaan: dit is een tijd van meer toeleg op het bidden en grotere aandacht voor de liefde tot de naaste, van grotere trouw aan de sacramenten, waarin wij zijn herboren. Zo groeien wij tot de volheid der genade die gij uw kinderen hebt toegezegd”.

De broeders van de abdij Maria Toevlucht hebben deze cd de titel “Keer tot Mij terug” meegegeven: een citaat uit de profeet Joël, de eerste lezing op Aswoensdag.

Deze cd-opname is de weergave van een morgen-, middag-, en avonddienst zoals die dagelijks in de abdijkerk door de monniken wordt gezongen. De keuze van de psalmen, gezangen, acclamaties, lezingen en gebeden is bepaald door de thematiek van de veertigdagentijd in algemene zin.

Vindplaats voor de gezangen is het boek der psalmen en het abdijboek.

De inhoud van deze cd bieden wij u aan ter overweging en ter inspiratie op weg naar Pasen.

In zijn uur gekomen

Goede Week. Je kunt je afvragen wat er zo goed is aan wat zich in die week zal afspelen. Wij hebben allemaal voorkennis van de gebeurtenissen: opgetogen vreugde van Palmpasen maakt plaats voor ingetogen ernst. De intocht in Jeruzalem zal uitlopen op een catastrofe. Een man vol goedheid en liefde in de bloei van zijn leven wordt op een afschuwelijke manier gemarteld en geëxecuteerd.

Eerst is er nog het “Hosanna!”, maar al gauw is er het “Kruisig Hem!”. Twee uitersten die elkaar in snel tempo opvolgen. In deze Goede Week worden wij als het ware in één beweging met die uitersten geconfronteerd. De adoratie en de haat, zij struikelen over elkaar heen. Waar begint het een en eindigt het ander?

Twee zielenroerselen die elkaar spiegelen. Uitersten, met als vindplaats eerst en vooral ons eigen hart. En toch noemen wij de week die voor ons ligt goed.

Aan het begin van de Goede Week vangt onze Palmzondagviering aan voor de poort van de abdij. Of zijn het de poorten van Jeruzalem? Wij laten onze verbeelding de vrije loop. Wij wuiven met onze palmtakken, teken van overwinning (apok. 7,9), van vrede (gen.8,11) en van eeuwig leven. Dat is goed.

Al doende roepen wij de herinnering op maar wij grijpen ook vooruit op de toekomst en anticiperen als het ware op de grote Messiaanse intocht. Dan treedt Jezus werkelijk Jeruzalem binnen, de hemelse stad, de stad van vrede. Zijn uur is gekomen.

Wij zijn als Gods volk onderweg naar die definitieve intocht. Wat wij verbeelden is dood en leven: het wordt ons beiden voorgehouden. Ja en nee, aan ons de keus. Op naar Jeruzalem, om Hem te gedenken.

Jezus, de koning der Joden, hangt aan het kruis en dat kruis is het symbool geworden van ons geloof in de ommekeer. ‘Vandaag zul je met Mij zijn in het paradijs’. Het klinkt als een altijd geldend woord steeds in het licht van de begrenzing van ons eigen leven.

‘Uw kruis heeft ons bevrijd uit onze doodsnood, Christus, Heer. Om uw sterven en verrijzen brengen wij U dank en eer.’

Een goede week!

Ik kom weer tot leven

De waarheid van de bevrijdende verrijzenisboodschap is in zekere zin woordeloos. Halleluja: de Paasjubel die zo kenmerkend is voor de Paastijd. Muzikale, haast woordeloze beweging die ons van Pasen naar Pinksteren zal begeleiden op onze weg om ons eraan te herinneren dat woorden nooit voldoende zijn om de overstijgende ervaring van de verrijzenis te bevatten.

Een soort van tweede taal is nodig die erop uit is onze verduisterde en versplinterde wereld te herscheppen tot fundamentele gemeenschap van solidariteit, tot iets wat zij ten diepste is, fundamenteler dan alle tegenstellingen die in en om ons zijn.

De taal van de symbolen die aan- en afwezigheid in een paradoxale spanning samenbrengt: de paaskaars die ons herinnert aan begin en einde, alfa en omega, aan de kruiswonden, aan het lijden maar ook aan het licht dat ons aanstoot op de paasmorgen, licht van Christus!

De bijbelse mens zingt vanuit al die ervaringen. Al zingende wordt iets bespeurd van de mysterievolle relatie tussen God en mens, een relatie die zich nauwelijks laat kennen langs rationele wegen. De werkelijkheid die wordt opgeroepen, die wordt geopenbaard, laat zich niet ontleden volgens denkcategorieën. Muziek is niet zichtbaar. God ook niet. Daarom is muziek in het algemeen en de zang in het bijzonder hier zo geschikt als bemiddelingsinstrument. Het goddelijke kan zich in klanken manifesteren zonder zijn ongrijpbaarheid op te geven.

Zo mogen wij het mysterie van Pasen verstaan. Het is een werkelijkheid die buiten het intellect ligt, die niet te begrijpen is met je verstand. Het rationele kader, het denken, het verstand wordt uit zijn voegen gelicht. Op zo’n manier dat zelfs de manier van vragen stellen wordt ondermijnd. Want wat begrijp ik wanneer geschreven staat dat Hij moest opstaan uit de doden?

Die werkelijkheid laat zich door niets duiden dan door de geest. Pasen is de werkelijkheid zien door de Geest die Jezus ons gaf. “… Hij gaf de Geest.“ (Joh.19,30) Pasen en Pinksteren in één ultiem moment samengebald. De geest geven, dat is nog iets anders dan afscheid nemen.

Jezus neemt geen afscheid, Hij neemt niet, Hij geeft! Hij geeft zijn Geest.

‘…de duisternis verbleekt, het is hoog aan de tijd,

De man van Pasen steekt zijn beide handen uit –

hij groet zijn pinksterbruid.’

De broeders van Maria Toevlucht getuigen door deze cd van hun geloof in de opgestane Heer en zij willen dat geloofsbesef graag met u delen.

Die in uw stilte spreekt

Deze cd van de broeders van abdij Maria Toevlucht heeft het thema stilte als leidend motief.

Stilte ontstaat door structuur. Ze ontstaat meer bepaald in monastiek verband door de dagorde die het leven in onze abdij bepaalt. Monniken hebben de stilte lief zoals ze God liefhebben. Toch beluistert u geen weergave van het koorgebed zoals dat dagelijks in de abdijkerk wordt gevierd, wel een muzikale en creatieve verklanking van wat soms uit de stilte geboren wordt: een lied, een gezongen psalm (al dan niet meerstemmig), een motet, een gedicht gemarkeerd door kleine instrumentale overgangen.

Over welke stilte gaat het? Stilte is immers meerstemmig, ze kan vele gedaanten aannemen. Bij een niet-spreken over of van God gaat het om een doodse leegte die alle leven afknijpt; bij een gelovig zwijgen over God echter gaat het om een gevulde ruimte die de geest doet stromen en waaien! Over het zwijgen dat de stilte vol maakt, over het rusten dat doet opleven, daarvan willen wij getuigen.

Uit die stilte wordt soms een veelzeggend woord geboren, de poëzie. “Concepten en woorden moeten geen schermen worden; ze moeten beschouwd worden als ramen”, zegt Abraham J. Heschel. Zo’n doorzicht wordt ons gegeven door de dichterlijke mens die het mysterie schroomvallig invult met het wit van de poëzie. De dichters van de psalmen, maar ook hedendaagse dichters die op de traditie van de psalmen voortborduren: zij vertellen over alles wat hen raakt of ontroert, alles wat de stilte hen vertelt, steeds tegen de mysterieuze achtergrond van het menselijk bestaan.

Niet alleen de stilte is God toegewijd, ook de lofzang hoort daarbij (cfr ps.65). Of wij zingen of zwijgen, werken of bidden: zolang het in Zijn licht is mogen wij erop vertrouwen dat Hij ziet dat het goed is. De broeders van de abdij Maria Toevlucht nodigen u uit hun stilte en lofzang met hen te delen.

Als een nieuw begin van leven

´Het woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond´.

Driemaal daags worden deze woorden in onze abdijkerk tijdens het Angelusgebed gebeden. In stille aandacht bidt de gemeenschap, de ogen gericht op het beeld van Maria. Biddende verwondering over het mysterie van de menswording die in Maria haar groei en voltooiing bereikte met de geboorte van Jezus.

Op eerste kerstdag klinkt in de liturgie de proloog van het evangelie van Johannes: een voorwoord bij het verhaal van Jezus van Nazareth; een ouverture, waarin, zoals in een muziekstuk, alle thema’s die zullen gaan klinken, worden opgeroepen; een Christushymne als ouverture van een symfonie over menswording.

Wat zich toen en daar afspeelde in die stal in Bethlehem, dient zich ook aan als een werkelijkheid hier en nu, vandaag. De openbaring van het woord dat vlees is geworden is een proces dat zich niet eenmalig heeft voltrokken, maar dat zich steeds opnieuw voltrekt waar mensen die openbaring in zichzelf geboren willen laten worden. ‘Kind in ons geboren, Zoon ons gegeven’.

Meester Eckhart, de Rijnlandse mysticus, begint één van zijn kerstpreken als volgt: “Wij vieren hier in de tijd dat de eeuwige geboorte, namelijk: het gebaard hebben en zonder onderbreking in eeuwigheid baren van God, dat diezelfde geboorte nu is gebeurd in de tijd in menselijke natuur.” Augustinus zegt: “Deze geboorte gebeurt aldoor, maar als die niet in mij gebeurt, wat helpt me dat dan? Maar dat ze in mij gebeurt, daar hangt alles van af.”

Woord in mij vlees geworden, het waarachtige licht dat elke mens verlicht voor wie wil zien. Met een oor dat luistert naar het eigen binnenste, naar wat is in de mens, en van daaruit wegen vindt naar God en medemens; deze ene werkelijkheid: God maakt geschiedenis met mensen, als je het wilt zien, als je wilt horen, als je wilt geloven.

De psalmist geeft ons daartoe een bijzondere opdracht: “verhaalt dan het komend geslacht: zie deze is God, onze God, in tijd en in eeuwigheid, die tot over de dood ons zal leiden” (psalm 48, 14c-15). Dat het kind van Bethlehem, wiens geboorte wij vieren, ook in ons geboren mag worden.

De broeders van Maria Toevlucht geven u met deze cd zingend en spelend dat verhaal graag door.

Gij bergt de bron des levens

“Gij bergt de bron des levens.” Deze korte geloofsbelijdenis van de psalmist werd het motto voor de CD die de broeders van de abdij Maria Toevlucht u aanbieden. Dit psalmcitaat is in zekere zin ook de samenvatting van de thematiek van deze CD. Op deze CD treft u gezangen aan die in onze gemeenschap worden gezongen bij de uitvaart van een medebroeder: wisselende gezangen uit de requiemmis en psalmen en hymnen uit het dodenofficie. In het verlengde van deze gezangen hebben wij ook aan een medebroeder opdracht gegeven voor deze CD de zogenaamde ‘kruiswoorden’ op muziek te zetten. Zo ontstond een soort drieluik: het eerste deel bevat gezangen van de requiemmis en het dodenofficie. Deel twee is een verklanking van de kruiswoorden getoonzet voor drie gelijke stemmen. Deze zeven korte motetten worden steeds onderbroken door een instrumentale meditatie van de altviool die als het ware een commentaar en illustratie vormen op de zang. Het derde en kortste deel bevat enkele gezangen en hymnen die zijn geïnspireerd op de liturgie van paaszaterdag. Daarmee is bewust een verwijzing gecreëerd naar de verrijzenis, de opstanding van Christus als het beslissende moment in de verhouding van God tot de mensheid.
Getuigend zingt de psalmist: ‘Gij bergt de bron des levens, in uw licht zien wij licht’ (ps.36,10). Of smekend: ‘Breng Gij, o God ons de keer: in het licht van uw aanschijn bevrijding!’ (ps.80,4). Maar ook hoopvol: ‘De oprechten daagt licht uit het duister’ (ps.112,4). Licht, eeuwig licht. Dat wensen wij ook onze lieve doden toe bij het afscheid uit dit leven. Dat het eeuwige licht hen mag verlichten. Zoals wij dat ook in een van de eucharistische gebeden bidden: ‘Laat hen verschijnen in het licht van Uw gelaat’.
De leerlingen hebben ingezien dat het leven dat in hen door Jezus was opgewekt, het ware leven was, eeuwig leven. Ook wij worden uitgenodigd in het voetspoor van de leerlingen dat geloof levend te houden en door te geven.
Gij bergt de bron des levens, in uw licht zien wij licht. De lichtval is bepalend. Licht dat ons aanstoot in de morgen; doorschijnend, transparant, lichtende levende God! Dat is kijken met de ogen van het hart! Dat is vertrouwen op Gods onvoorwaardelijke goedheid als het centrum van de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin de mens die zijn leven verliest niet door God wordt losgelaten. Wij worden verwacht. Wij worden verwacht door degenen die ons zijn voorgegaan. En wij worden verwacht door Hem van wie ik weet dat Hij ons verwacht, de opgestane Christus die aan de andere oever staat… Vanuit dat besef vieren wij de uitvaart van een medebroeder als een hoogfeest. Elke mens, gelovig of niet, wordt vroeg of laat geconfronteerd met de grens van het leven. De gelovige mens ervaart die grens niet minder onontkoombaar maar probeert er toch tastend en zoekend betekenis aan te geven.
Als wij in geloof belijden dat wij het leven ontvangen uit Gods hand dan zijn onze namen verzekerd in Zijn gedachtenis, zij staan geschreven in de palm van Zijn hand.
Dit leven is niet alleen van ‘voorbij’. “Vaders die ons leidden / moeders die ons droegen / niet alleen van vroeger zijn ze / maar van nu, want ze zijn van U”, schrijft de dichter Willem Barnard. De gelovige mens belijdt dat de doden niet vergeten raken. Zij zijn over gegaan, over het lijden heen, in Gods bestaan dat zich niet laat vastleggen in ruimte en tijd. Wij belijden dat God niets verloren laat gaan omdat zij Gods kinderen zijn.
De broeders van Maria Toevlucht getuigen daarvan en zij willen dat geloofsbesef graag delen met u, luisteraar.

Catharsis

catharsis

De pianocyclus ‘Catharsis’, gecomponeerd door onze broeder Kris Oelbrandt, is een muzikale meditatie over hoofdstuk 7, “De trappen van nederigheid” van de ‘Regel voor Monniken’ van de H. Benedictus. Benedictus schreef zijn Regel in de 6de eeuw als leidraad voor het kloosterleven van zijn tijd, maar tot op de dag van vandaag is deze tekst bron en inspiratie voor velen, zowel leken als religieuzen.

In het zevende hoofdstuk vertelt de monnikenvader hoe men via 12 ‘trappen’ kan opklimmen tot ware nederigheid. Er is sprake van veel ongemakkelijke richtlijnen, zoals verzaken aan de eigen wil, niet graag en veel lachen, en dergelijke. Toch is het de ervaring van velen dat juist deze teksten een kern van waarheid bevatten die bevruchtend is voor zichzelf en de omgang met de naaste.

Deze pianocyclus wil een bezinning zijn op deze tekst. Het is vrij gecomponeerde instrumentale muziek die een eigen verhaal vertelt als reactie op de tekst. Soms zal de luisteraar harmonie ervaren tussen tekst en muziek (bv IX “vermijden te spreken”), soms juist contrast (bv II “verzaken aan de eigen wil”); een bewust gezochte dynamiek.

De muziek is gecomponeerd volgens een consequent volgehouden muziektheoretisch concept dat de catharsis symboliseert: het toonmateriaal dunt doorheen de twaalf delen geleidelijk uit, vanaf het eerste (twaalf tonen) tot het laatste deel (één toon). De monnik komt dus door volgehouden vereenvoudiging en versobering van zijn leven tot ware nederigheid.

Boeken

We stellen u graag enkele boeken voor die door broeders van onze gemeenschap in eigen beheer werden uitgeven.

Boekjes rond iconen van broeder Louis Bastiaansen +

De Verrijzenisikoon
De ikonen van de Goede Week
De Drievuldigheidsikoon van Andrej Roebljew
Theotokos, ikonen van de Moeder Gods
De Openbaringsikonen
De thaborikoon
Ikonen ontleend aan de apocriefen
Per deeltje € 5

Waarde en betekenis van de ikonen € 1,50

Herinneringen van broeder Frans

Honger, heimwee en verlangen € 14,95
Over de Arbeitseinsatz in de tweede wereldoorlog